ECLI:NL:CRVB:2004:AR6572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugbetaling teveel betaalde studiebeurs bij overschrijding toetsingsinkomen
Appellant werd geconfronteerd met een terugvordering van € 2.123,46 wegens overschrijding van de bijdragevrije voet in 1997 door bijverdiensten. De Informatie Beheer Groep stelde dat appellant teveel had ontvangen aan studiefinanciering en legde een boete op vanwege het gebruik van een OV-studentenkaart.
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit, maar rechtbank en daarna de Centrale Raad van Beroep verklaarden het beroep ongegrond. De Raad oordeelde echter dat het besluit en de uitspraak berustten op een onjuiste wettelijke grondslag, namelijk artikel 3.17 van de Wet studiefinanciering 2000, terwijl de vordering gebaseerd had moeten zijn op artikel 26 van Pro de Wet studiefinanciering 1997.
De Raad overwoog dat het toetsingsinkomen de winst uit onderneming over het gehele kalenderjaar omvat, ook al betoogde appellant dat de overschrijding pas na 30 september 1997 plaatsvond. De Raad vond het niet onredelijk dat de datum van inschrijving in het handelsregister bepalend is voor het begin van de onderneming.
Hoewel het besluit werd vernietigd wegens een onjuiste wettelijke grondslag, liet de Raad de rechtsgevolgen van het besluit in stand op grond van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tevens werd appellant het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onjuiste wettelijke grondslag, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; appellant krijgt griffierecht vergoed.