ECLI:NL:CRVB:2004:AR6583
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij terugvordering WAO-voorschot
Appellant ontving een besluit van het UWV waarin een voorschot op een WAO-uitkering over de periode april tot augustus 2002 werd teruggevorderd. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd door het UWV primair niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard, onder verwijzing naar jurisprudentie over ontvangst en termijnoverschrijding.
De Raad overwoog dat het primaire besluit niet aangetekend was verzonden, maar dat appellant wel andere post rond die datum had ontvangen. Appellant ontkende de ontvangst van het besluit niet op een geloofwaardige wijze. De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat het bezwaar te laat was ingediend en dat er geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding zoals bedoeld in artikel 6:11 Awb Pro.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien om appellant in de proceskosten te veroordelen. Hiermee blijft de terugvordering van het voorschot onverminderd van kracht.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn en het hoger beroep wordt afgewezen.