ECLI:NL:CRVB:2004:AR6830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens overschrijding norm door inkomsten
Appellante ontving een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder naast alimentatie en inkomsten uit arbeid. De gemeente Eindhoven trok haar bijstandsuitkering per 17 juli 2000 in omdat haar inkomsten de norm overschreden. Tevens werd een bedrag van teveel ontvangen bijstand teruggevorderd.
De Raad stelt vast dat de gehanteerde verrekeningssystematiek, waarbij inkomsten achteraf met de bijstand werden verrekend, is toegestaan op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Hierdoor ontstond een situatie waarin maandelijks een bedrag werd uitbetaald dat niet overeenkwam met het recht op uitkering over die maand, wat herziening en terugvordering noodzakelijk maakt.
De Raad oordeelt dat de intrekking en terugvordering terecht zijn toegepast over de maanden juli en augustus 2000. Er zijn geen dringende redenen om hiervan af te zien. De berekening van het terug te vorderen bedrag is correct en de terugvordering is zelfs beperkt ten gunste van appellante.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering van teveel ontvangen bijstand worden bevestigd.