ECLI:NL:CRVB:2004:AR6856
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens ontbreken ingezetenschap op peildata
Appellante, van Turkse nationaliteit en sinds 28 januari 2000 woonachtig in Nederland, had een verblijfsvergunning onder de beperkende voorwaarde 'verblijf bij echtgenoot'. Na feitelijke beëindiging van de samenwoning met haar echtgenoot in oktober 2001 voldeed zij niet meer aan deze voorwaarde. Zij had geen zelfstandige woonruimte en geen zelfstandig inkomen, en ontving een uitkering op grond van de Algemene bijstandswet.
Gedaagde, de Sociale Verzekeringsbank, weigerde kinderbijslag over het eerste en tweede kwartaal van 2002 omdat appellante op de peildata niet als ingezetene van Nederland kon worden beschouwd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat de juridische en economische binding van appellante met Nederland op de peildata zwak was, ondanks een sterke sociale binding.
De Raad overwoog dat de juridische binding onvoldoende was vanwege de beperkende verblijfsvergunning die niet meer werd nageleefd en dat economische zelfstandigheid ontbrak. De eerdere toekenning van kinderbijslag aan haar ex-echtgenoot was niet relevant voor haar eigen recht. Het beroep in cassatie is mogelijk maar beperkt tot schending van specifieke wetsartikelen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag omdat appellante op de peildata niet als ingezetene van Nederland kon worden beschouwd.