ECLI:NL:CRVB:2004:AR6865

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 november 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
2/6110 WAO + 02/6111 WAO + 03/855 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 lid 8 ILO-verdrag C103Art. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van vaststelling gedifferentieerde premie WAO voor 1998, 1999 en 2002

De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) inzake de vaststelling van de voor haar geldende gedifferentieerde premie op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) voor de jaren 1998, 1999 en 2002. Hierbij werden WAO-uitkeringen aan (ex-)werknemers in de jaren 1996, 1997 en 2000 in aanmerking genomen.

Tijdens de zitting in hoger beroep heeft de gemachtigde van appellante de beroepsgronden betreffende schending van artikel 4, achtste lid van het ILO-verdrag C103 en het uitblijven van herbeoordelingen van de toegekende uitkeringen niet langer gehandhaafd. De overige beroepsgronden waren reeds in eerdere rechtspraak door de Raad verworpen en slagen ook in deze procedure niet.

De Raad verwijst voor de motivering naar deze eerdere rechtspraak en ziet geen aanleiding voor een kostenveroordeling. De aangevallen uitspraken worden bevestigd, waarmee het hoger beroep wordt afgewezen.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de gedifferentieerde premie en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
02/6110 WAO + 02/6111 WAO + 03/855 WAO
U I T S P R A A K
in de gedingen tussen:
[appellante], gevestigd te [vestigingsplaats], appellante,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN DE GEDINGEN
Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv.
Bij beroepschriften van 5 december 2002 en 20 februari 2003 heeft J.H.C. van Dongen, werkzaam bij de Metaalunie te Nieuwegein, als gemachtigde van appellante op bij aanvullende beroepschriften aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de door de rechtbank Roermond op respectievelijk 4 november 2002, nummers 01/932 en 02/569, en
23 januari 2003, nummer 02/866, tussen partijen gewezen uitspraken (hierna: de aangevallen uitspraken).
Gedaagde heeft verweerschriften ingediend.
De gedingen zijn behandeld ter zitting van de Raad op 21 september 2004, waar namens appellante is verschenen
J.H.C. van Dongen, voornoemd, en waar namens gedaagde zijn verschenen mr. K.D. van Someren en E. van Dompselaar, werkzaam bij het Uwv.
II. MOTIVERING
De aangevallen uitspraken hebben betrekking op besluiten van gedaagde strekkende tot vaststelling van de voor appellante geldende gedifferentieerde premie op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) voor de premiejaren 1998, 1999 en 2002. Bij die vaststelling zijn aan appellantes (ex-)werknemers in de jaren 1996, 1997 en 2000 betaalde WAO-uitkeringen in aanmerking genomen.
Ter zitting in hoger beroep heeft de gemachtigde van appellante de opgeworpen beroepsgronden, betreffende schending van artikel 4, achtste lid van het ILO-verdrag C103 en het uitblijven van herbeoordelingen van de toegekende uitkeringen, uitdrukkelijk niet langer gehandhaafd.
Alle overige in hoger beroep aangevoerde gronden zijn door de Raad in zijn na het instellen van de hoger beroepen ontwikkelde, partijen bekende rechtspraak, reeds verworpen, en zij slagen evenmin in de onderhavige gedingen. De Raad volstaat, in overeenstemming met partijen, voor de motivering naar de verwijzing naar die eerdere rechtspraak. De aangevallen uitspraken komen zodoende voor bevestiging in aanmerking.
De Raad ziet geen aanleiding voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraken.
Aldus gegeven door mr. R.C. Stam, in tegenwoordigheid van mr. A. Kovács als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 25 november 2004.
(get.) R.C. Stam
(get.) A. Kovács