ECLI:NL:CRVB:2004:AR6870
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onterechte weigering bijzondere toestemming aan gemachtigde in WAO-procedure
In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond die haar beroep tegen een WAO-uitkeringsbesluit ongegrond verklaarde. De kern van het geschil betreft de weigering van de rechtbank om aan de gemachtigde van appellante bijzondere toestemming te verlenen om medische gegevens in te zien, zoals bedoeld in artikel 8:32, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Centrale Raad van Beroep constateert dat de rechtbank onterecht heeft geoordeeld dat de gemachtigde geen verzoek tot bijzondere toestemming had ingediend, terwijl uit de correspondentie blijkt dat dit wel het geval was. De Raad benadrukt dat de gemachtigde, als sociaal-juridisch medewerker en professioneel rechtshulpverlener, geen reden heeft om deze toestemming te worden onthouden, omdat dit zijn taak onnodig belemmert.
Gezien deze onjuiste toepassing van artikel 8:32 Awb Pro vernietigt de Raad de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling. Tevens veroordeelt de Raad het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) voorwaardelijk in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het griffierecht aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen wegens onterechte weigering van bijzondere toestemming aan de gemachtigde.