ECLI:NL:CRVB:2004:AR6963
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van de Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep na toekenning WAO-uitkering
Appellante had een WAO-uitkering ontvangen die later ten onrechte werd teruggevorderd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Na bezwaar en beroep werd het besluit tot terugvordering gehandhaafd door de rechtbank. In hoger beroep heeft het UWV het besluit tot terugvordering ingetrokken omdat inmiddels per 13 mei 1999 alsnog een WAO-uitkering is toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%.
Door deze toekenning is de grondslag voor het bestreden besluit tot terugvordering komen te vervallen. Omdat appellante hierdoor geen belang meer heeft bij vernietiging van het besluit, verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk.
De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante, bestaande uit € 322 aan kosten van rechtsbijstand in eerste aanleg, en bepaalt dat het UWV het betaalde griffierecht van € 109,23 aan appellante vergoedt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard na intrekking van het besluit tot terugvordering wegens toekenning van de WAO-uitkering.