ECLI:NL:CRVB:2004:AR7020
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens ontbreken nieuwe feiten of veranderde omstandigheden
Appellant, werkzaam geweest tot 1988, werd per 18 september 1989 medisch arbeidsgeschikt verklaard en kreeg geen ziekengeld meer. Hij betwistte dit besluit op grond van medische klachten en overlegd later nieuwe medische verklaringen. Diverse deskundigen, waaronder neurologen en psychiaters, onderzochten appellant en concludeerden dat hij op de datum in kwestie arbeidsongeschikt was, maar deze conclusies waren gebaseerd op latere medische gegevens.
Het UWV weigerde terug te komen op het oorspronkelijke besluit, stellende dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren in de zin van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het UWV bevoegd was het verzoek af te wijzen en dat het standpunt dat appellant na 17 september 1989 niet meer als verzekerde kon worden aangemerkt, niet onjuist was. De Raad concludeerde dat de medische gegevens die appellant aanvoerde geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormden, maar een andere waardering van reeds bekende feiten. Ook werd het rapport van een deskundige en de briefwisseling met appellant buiten beschouwing gelaten vanwege procesrechtelijke overwegingen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. De Raad erkende dat de behandeling van de aanvraag traag verliep, maar dit was geen reden voor vernietiging van het besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om niet terug te komen op de hersteldverklaring per 18 september 1989 wordt bevestigd.