ECLI:NL:CRVB:2004:AR7021
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bij zelfstandige klussen zonder gezagsrelatie
In deze zaak stond centraal of drie betrokkenen die op afroep als elektricien en loodgieter klussen uitvoerden voor gedaagde, in een verzekeringsplichtige privaatrechtelijke dienstbetrekking werkzaam waren. De rechtbank had het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) vernietigd vanwege een onvoldoende feitelijke grondslag en gebrekkige motivering.
Het hoger beroep van het Uwv richtte zich op het standpunt dat het onderzoek voldoende was en dat betrokkenen onder gezag van gedaagde werkten, mede omdat zij met het vaste personeel meewerkten en gebruik maakten van bedrijfsvoorzieningen. Gedaagde stelde daartegen dat betrokkenen zelfstandige ondernemers waren die zonder instructies en met eigen materiaal werkten.
De Raad oordeelde dat het onderzoek van het Uwv te summier was en dat het aannemelijk was dat betrokkenen zelfstandige klussen verrichtten zonder gezagsrelatie. De stellingen van het Uwv over gelijke behandeling in piekperioden waren onvoldoende onderbouwd. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het Uwv in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond en vernietigt het besluit van het Uwv.