ECLI:NL:CRVB:2004:AR7022
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen onjuiste adressering van besluiten inzake verzekeringsplicht en premieplicht
Gedurende de periode van februari 1996 tot en met oktober 1998 was betrokkene via haar persoonlijke vennootschap werkzaam voor gedaagde. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), als appellant, handhaafde besluiten waarin werd vastgesteld dat betrokkene verplicht verzekerd was en dat gedaagde premies verschuldigd was. De rechtbank Amsterdam oordeelde echter dat de besluiten niet in stand konden blijven omdat zij aan een onjuiste en niet bestaande adressant waren gericht.
Het hoger beroep richtte zich uitsluitend tegen dit oordeel over de adressering. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat er geen andere entiteiten met de naam van gedaagde waren en dat gedaagde tijdig bezwaar en beroep had ingesteld, waardoor zij niet in haar procesrechten was geschaad. De onjuiste adressering werd aangemerkt als een kennelijke misslag.
Daarnaast wees de Raad erop dat de Algemene wet bestuursrecht geen rechtsmiddel van incidenteel appèl kent, waardoor de grieven van gedaagde over de verzekeringsplicht buiten beschouwing blijven. De Raad vernietigde het bestreden vonnis voor zover het de adressering betrof en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestreden besluiten blijven in stand ondanks onjuiste adressering.