ECLI:NL:CRVB:2004:AR7149
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAJONG-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid minder dan 25%
Appellant had een WAJONG-uitkering die was gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%, maar deze werd ingetrokken omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 25% bleek te zijn. Het geschil richt zich op de vraag of appellant, met zijn ernstige congenitale nachtblindheid en forse myopie, geschikt is voor de functies die door de arbeidsdeskundige waren geselecteerd.
De Raad oordeelt dat appellant geschikt is voor deze functies, waarbij het ontbreken van medische en arbeidskundige onderbouwing van appellants grieven leidde tot bevestiging van het eerdere oordeel van de rechtbank. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt, omdat het eerdere besluit tot voortzetting van de uitkering slechts een momentopname was en herbeoordeling mogelijk blijft.
Verder is geoordeeld dat de werkgever niet verantwoordelijk is voor het treffen van vervoersvoorzieningen voor woon-werkverkeer; dit valt onder de verantwoordelijkheid van de werknemer zelf. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de WAJONG-uitkering wordt bevestigd omdat appellant geschikt is voor de geselecteerde functies ondanks zijn beperkingen.