ECLI:NL:CRVB:2004:AR7166
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.C.M. van Laar
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht directeur/aandeelhouder ondanks stemverdeling en gezagsrelatie
Appellante stelde zich in hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht die haar beroep tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) ongegrond verklaarde. De zaak betrof de vraag of bepaalde directeuren/aandeelhouders binnen een groep vennootschappen als niet-verzekeringsplichtige directeur-grootaandeelhouders (dga’s) konden worden aangemerkt.
De Raad oordeelde dat de statutair directeur/aandeelhouder, ondanks een vrijwel gelijke aandelenverdeling en een stemovereenkomst, niet de doorslaggevende invloed had in de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) om ontslag te voorkomen. Hierdoor stond hij in een gezagsverhouding tot de vennootschap en was verzekeringsplicht van toepassing. Ook de andere betrokken leidinggevende aandeelhouders voldeden niet aan de criteria voor niet-verzekeringsplichtige dga’s.
De Raad verwierp het beroep op de FBV circulaire C 93.07 en het gelijkheidsbeginsel, omdat de feitelijke aandelen- en stemverhoudingen en de statutaire bepalingen een gezagsrelatie aannemelijk maakten. Tevens werden opgelegde boeten bevestigd wegens het niet doen van de vereiste loonopgaven. De uitspraak bevestigt dat de verzekeringsplicht ook geldt voor directeur/aandeelhouders die niet de vereiste stemrechten bezitten om zelfstandig beslissingen te nemen binnen de AVA.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verzekeringsplicht en de opgelegde boetes voor de statutair directeur/aandeelhouder en andere leidinggevende aandeelhouders.