ECLI:NL:CRVB:2004:AR7203
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WAO-uitkeringsbesluit wegens overschrijding grenzen van het geding
Gedaagde, een CV-monteur, viel op 28 augustus 2000 uit wegens oog- en hoofdpijnklachten en vroeg op 19 april 2001 een WAO-uitkering aan. Het UWV kende hem per 27 augustus 2001 een uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat zij meende dat een latere ziekmelding van 24 september 2001, die verband hield met dezelfde ziekteoorzaak, herziening van de uitkering vereiste.
Het UWV ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en stelde dat de rechtbank buiten de grenzen van het geding was getreden door een kwestie te betrekken die niet in het bestreden besluit aan de orde was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het primaire besluit en het bestreden besluit uitsluitend betrekking hadden op de uitkering vanaf 27 augustus 2001 en niet op de latere ziekmelding.
De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van het UWV ongegrond. Tevens wees de Raad verzoeken tot versnelde behandeling en samenvoeging van zaken af, en concludeerde dat er geen spoedeisendheid aanwezig was. De zaak werd in het openbaar uitgesproken op 16 november 2004.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd wegens overschrijding van de grenzen van het geding.