ECLI:NL:CRVB:2004:AR7235
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellant heeft in hoger beroep bezwaar gemaakt tegen de intrekking en terugvordering van zijn bijstandsuitkering over de periode van 24 juni 2000 tot en met 31 oktober 2001, alsmede tegen de opgelegde boete wegens schending van de inlichtingenplicht. De gemeente ’s-Gravenhage had de uitkering ingetrokken omdat appellant onjuiste gegevens over zijn woonadres had verstrekt, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De Raad stelt vast dat appellant niet daadwerkelijk verbleef op het opgegeven adres, dat een winkel betrof zonder kamerbewoning. Dit vormt een schending van artikel 65, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw). Hierdoor was de intrekking van de uitkering en de terugvordering van € 13.991,85 terecht. Ook de boete van € 1.408,-- is op juiste gronden opgelegd, aangezien de schending van de inlichtingenplicht vaststaat en geen dringende redenen zijn gebleken om hiervan af te zien.
De Raad bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. Daarmee blijft de intrekking van de bijstandsuitkering, de terugvordering en de boete onverminderd van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking, terugvordering en boete worden bevestigd.