ECLI:NL:CRVB:2004:AR7252
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correctienota’s loonadministratie na onvolledige en onjuiste looncontrole in horeca
Appellant, exploitant van een eetcafé in 1997 en 1998, werd geconfronteerd met een grootschalig opsporingsonderzoek naar malversaties in de Groningse horeca. Uit dit onderzoek en een daaropvolgende looncontrole bleek dat de loonadministratie van appellant onjuist en onvolledig was. Op grond hiervan stelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) ambtshalve correctienota’s vast over de verloonde bedragen in die jaren.
Appellant maakte bezwaar tegen deze correctienota’s, maar dit bezwaar werd door het Uwv ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond. Appellant voerde onder meer aan dat het Uwv een onjuiste toepassing had gegeven aan artikel 3 van Pro het Fooienbesluit en dat een groot deel van de werknemers als hulpkracht had moeten worden aangemerkt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de uitleg van artikel 3 van Pro het Fooienbesluit niet afhankelijk is van de binding aan de Horeca-CAO en dat appellant onvoldoende gegevens had aangeleverd om werknemers als hulpkracht aan te merken. De schatting van het Uwv, gebaseerd op de minimumlonen uit de Horeca-CAO en wekelijkse loonbetalingen, was daarom gerechtvaardigd. Ook de waardering van verstrekte warme maaltijden en de toepassing van het anoniementarief werden als juist beoordeeld.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De correctienota’s werden als terecht vastgesteld geacht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de correctienota’s en verklaart het beroep van appellant ongegrond.