ECLI:NL:CRVB:2004:AR7282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken medische arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig groepsleerkracht, viel uit na een auto-ongeval in 1995 met nekklachten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde een WAO-uitkering omdat geen objectief medisch vastgestelde arbeidsongeschiktheid kon worden vastgesteld.
Na diverse medische onderzoeken, waaronder door verzekeringsartsen en onafhankelijke deskundigen, bleken er geen objectiveerbare afwijkingen die arbeidsongeschiktheid konden onderbouwen. Orthopedisch onderzoek concludeerde dat beperkingen mogelijk neurologisch van aard waren, maar zonder objectieve medische onderbouwing.
De Raad benoemde een neuroloog die uitgebreid onderzoek deed, inclusief MRI en neuropsychologisch onderzoek, en concludeerde dat er geen neurologische afwijkingen of blijvend letsel waren. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit niet op een onjuiste medische grondslag berust en bevestigde daarom de weigering van de WAO-uitkering.
De Raad zag geen aanleiding tot het toewijzen van proceskosten en volgde de eerdere uitspraak van de rechtbank die ook de weigering had bevestigd. De medische rapporten en deskundigenadviezen waren doorslaggevend in het oordeel dat geen sprake was van arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van objectief medisch vastgestelde arbeidsongeschiktheid.