ECLI:NL:CRVB:2004:AR7338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling juistheid schatting arbeidsongeschiktheid en functies bij WAO-uitkering
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid van gedaagde en de daarbij gebruikte functies voor de schatting van het arbeidsvermogen in het kader van de WAO-uitkering. Het UWV had de uitkering ingetrokken op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%, waarna na bezwaar een herbeoordeling plaatsvond met een vaststelling van 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank had het besluit van het UWV vernietigd omdat zij twijfelde aan de juistheid van de gebruikte maatman van 28 uur per week en de daarop gebaseerde arbeidsmogelijkhedenlijst. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de functies die zijn gebruikt, zogenaamde stap-2-functies, ook na correctie van de maatman een rechtens aanvaardbare grondslag vormen voor de schatting.
De Raad volgt het medisch oordeel dat de beperkingen van gedaagde juist zijn vastgesteld en ziet geen aanleiding om het besluit van het UWV niet-juist te achten. Derhalve wordt het vonnis van de rechtbank vernietigd en het hoger beroep van het UWV gegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het UWV gegrond, waarmee de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 15-25% wordt bevestigd.