ECLI:NL:CRVB:2004:AR7356
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum arbeidsongeschiktheid en WAO-uitkering
Appellant betwistte de ingangsdatum van zijn arbeidsongeschiktheid die door het UWV was vastgesteld op 6 februari 1996, en stelde dat deze eerder lag, namelijk op 5 oktober 1994 of 6 januari 1995. De rechtbank Maastricht had het bezwaar van appellant reeds afgewezen, en ook de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitkomst.
De Raad baseerde zich onder meer op het feit dat appellant zich op 6 februari 1996 ziek had gemeld en dat er geen concrete medische gegevens of andere bewijsstukken waren die een eerdere arbeidsongeschiktheid ondersteunden. De verklaring van de huisarts over klachten in oktober 1994 en de vermeende ziekmelding bij de werkgever in januari 1995 werden onvoldoende geacht om de ingangsdatum te wijzigen.
Ook medische rapporten, waaronder die van een neuroloog uit 1995, gaven aan dat appellant op 6 september 1994 in staat was zijn werkzaamheden te verrichten. Het bezwaar van appellant werd daarom ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bleef van kracht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de ingangsdatum van de arbeidsongeschiktheid 6 februari 1996 is en wijst het beroep van appellant af.