ECLI:NL:CRVB:2004:AR7358
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-herziening WAO-uitkering wegens andere oorzaak toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht om herziening van zijn WAO-uitkering wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid door nek- en schouderklachten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de oorspronkelijke arbeidsongeschiktheid was gebaseerd op rug- en maagklachten en dat er geen verband was met de nieuwe klachten.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de nek- en schouderklachten al in 1988 bestonden, maar gedaagde weerlegde dit met medische rapporten van verzekeringsartsen en orthopeden uit 1988 en 1989, waaruit bleek dat alleen rug- en maagklachten werden vastgesteld. Ook het belastbaarheidspatroon uit 1988 toonde volledige belastbaarheid op reiken en bovenhands werken.
De Raad concludeerde dat de toegenomen beperkingen voortkomen uit een andere oorzaak dan waarvoor de uitkering werd toegekend. Volgens artikel 37 van Pro de WAO moeten beperkingen door een andere oorzaak buiten beschouwing blijven. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wees een herziening af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAO-uitkering niet wordt herzien omdat de toegenomen arbeidsongeschiktheid een andere oorzaak heeft dan de oorspronkelijke aandoening.