ECLI:NL:CRVB:2004:AR7376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen korting op AOW-uitkering wegens niet-verzekerde partner
Appellant ging in hoger beroep tegen een beslissing van de Sociale verzekeringsbank die een korting toepaste op zijn AOW-uitkering omdat zijn huidige partner niet volledig verzekerd was voor de AOW. De rechtbank had het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders.
De Raad stelde vast dat het besluit van 2 oktober 2001 niet slechts een herhaling was van het eerdere besluit van 30 mei 2001, omdat appellant expliciet een hoorzitting had gewenst en deze ook daadwerkelijk had plaatsgevonden. Hierdoor was het beroep tijdig ingediend en ontvankelijk. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk verklaarde.
Inhoudelijk oordeelde de Raad dat de korting op de toeslag correct was berekend conform de AOW-wetgeving, waarbij de verzekerde jaren van de huidige partner bepalend zijn. Appellant had onvoldoende gronden om de korting aan te vechten. De Raad wees het beroep daarom inhoudelijk af en bepaalde dat de Sociale verzekeringsbank het betaalde recht van € 82,- aan appellant moest vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ontvankelijk verklaard maar inhoudelijk afgewezen; de korting op de AOW-toeslag is correct toegepast.