ECLI:NL:CRVB:2004:AR7392
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid voor arbeid bij WAZ en AAW-uitkeringen
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) waarin hem een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) werd geweigerd en een uitkering op grond van de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ) werd ingetrokken vanwege een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 25%.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad stelt vast dat appellant weliswaar beperkingen ondervindt, maar met inachtneming daarvan geschikt is voor de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies. Medische gegevens en het belastbaarheidspatroon zijn juist vastgesteld.
Appellant voerde aan dat zijn particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering een hoger percentage toekende, maar de Raad oordeelt dat dit verschil verklaard wordt doordat de private verzekeraar alleen het eigen werk beoordeelde, terwijl het Uwv het resterende verdienvermogen in theoretische loondienstfuncties beoordeelde.
Het latere besluit tot indeling in een hogere arbeidsongeschiktheidsklasse per 1 januari 2003 is gebaseerd op toegenomen beperkingen na de relevante data en verandert niets aan het oordeel over de bestreden besluiten. De Raad ziet geen reden om de besluiten onrechtmatig te achten en bevestigt de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De beroepen tegen de weigering en intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen worden ongegrond verklaard.