ECLI:NL:CRVB:2004:AR7445

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 december 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/1405 WUV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.L.M.J. Stevens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 8:75 AwbArt. 20 Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945Art. 21 Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens ontbreken beslissing over vergoeding extra kosten

Eiseres, weduwe van een vervolgingsslachtoffer, maakte bezwaar tegen een berekeningsbeschikking waarin haar periodieke uitkering over 2002 en 2003 was vastgesteld. Zij stelde dat het bedrag te laag was vanwege extra kosten door verslechterde gezondheid. Verweerster verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat in de beschikking geen beslissing was opgenomen over vergoeding van extra kosten, zodat geen voor bezwaar vatbaar besluit bestond.

De Raad oordeelde dat er geen beslissing was genomen over vergoeding van extra medische kosten, mede vanwege het ontbreken van een aanvraag. Bovendien voorziet de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 niet in bijzondere voorzieningen voor de weduwe, maar alleen voor de echtgenoot met ziekten of gebreken gerelateerd aan vervolging.

Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend, conform artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door mr. G.L.M.J. Stevens namens de Centrale Raad van Beroep op 2 december 2004.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een voor bezwaar vatbaar besluit over vergoeding van extra kosten.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/1405 WUV
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[eiseres], wonende te [woonplaats] (Indonesië), eiseres,
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Onder dagtekening 24 december 2003, kenmerk JZ/I/80/2003/1076, heeft verweerster ten aanzien van eiseres een besluit genomen ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).
Tegen dit besluit heeft eiseres bij de Raad beroep ingesteld. In het beroepschrift is uiteengezet waarom eiseres zich met het bestreden besluit niet kan verenigen.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad op 21 oktober 2004, alwaar partijen - verweerster met bericht van verhindering - niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
Bij berekeningsbeschikking van 30 september 2003 heeft verweerster de eiseres als weduwe van een vervolgde ingevolge de Wet toekomende periodieke uitkering over de jaren 2002 en 2003 (voorlopig) vastgesteld.
Eiseres heeft tegen deze beschikking bezwaar gemaakt, aanvoerende dat het bedrag van haar periodieke uitkering te laag is nu zij in verband met haar verslechterde gezondheid extra kosten moet maken.
Bij het bestreden besluit heeft verweerster eiseres in haar bezwaar niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat in de bestreden berekeningsbeschikking geen beslissing is opgenomen met betrekking tot vergoeding van extra te maken kosten, zodat in zoverre geen sprake is van een voor beroep/bezwaar vatbaar besluit als bedoeld in (artikel 1:3 van Pro) de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verweerster heeft daaraan, ter voorlichting van eiseres, nog toegevoegd dat zij als weduwe van een vervolgingsslachtoffer geen aanspraak kan maken op voorzieningen op grond van de Wet.
Gelet op de voorhanden gegevens - waaronder met name ook het ontbreken van een voorafgaande aanvraag terzake - is de Raad met verweerster van oordeel dat in de bestreden berekeningsbeschikking van 30 september 2003 niet is beslist over eventuele aanspraken op vergoeding van extra medische kosten. Hieruit volgt dat het bezwaar van eiseres tegen die beschikking terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
Voorts is juist de mededeling van verweerster dat de Wet niet voorziet in de mogelijkheid om aan eiseres als weduwe van een vervolgde bijzondere voorzieningen te verstrekken. Blijkens het bepaalde in de artikelen 20 en 21 van de Wet is het verstrekken van voorzieningen gekoppeld aan met de vervolging in verband staande ziekten en/of gebreken, hetgeen betekent dat voorzieningen alleen aan de echtgenoot van eiseres toegekend hadden kunnen worden.
Het beroep van eiseres dient derhalve ongegrond te worden verklaard.
De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van Pro de Awb inzake een vergoeding van proceskosten.
Beslist wordt als volgt.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gegeven door mr. G.L.M.J. Stevens, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 2 december 2004
(get.) G.L.M.J. Stevens.
(get.) J.P. Schieveen.