ECLI:NL:CRVB:2004:AR7448
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WAO-uitkering na wachttijd wegens ontbreken objectieve arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als produktiemedewerker via een uitzendbureau, vroeg een WAO-uitkering aan na afloop van de wettelijke wachttijd van 52 weken wegens klachten aan zijn rechterschouder. Na onderzoek door verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts werd geconcludeerd dat appellant geschikt was zijn eigen werkzaamheden te verrichten, omdat er geen objectiveerbare beperkingen waren vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wel beperkingen ondervond en overlegde een rapport van Relan over arbeidsmogelijkheden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het wettelijk arbeidsongeschiktheidsbegrip vereist dat beperkingen medisch objectief meetbaar zijn en dat uit de beschikbare medische gegevens geen sprake was van zodanige beperkingen op de relevante datum.
De Raad zag geen aanleiding tot het benoemen van een deskundige en wees het rapport van Relan af omdat het na de peildatum was opgesteld en niet toegespitst was op die datum. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De aanvraag van appellant voor een WAO-uitkering is terecht afgewezen wegens het ontbreken van objectieve arbeidsongeschiktheid op de peildatum.