ECLI:NL:CRVB:2004:AR7464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Navordering en boetenota’s sociale premies bij privaatrechtelijke dienstbetrekking
De zaak betreft navordering van premies en oplegging van boetenota’s door het bestuursorgaan aan [appellante] over de jaren 1996 tot en met 2000. De kern van het geschil is of er sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen [appellante] en de betrokken werknemers, en of opzet of grove schuld aanwezig is voor het opleggen van boetes.
De rechtbank oordeelde dat er een privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond en dat premies terecht waren nagevorderd, maar vernietigde de boetenota’s wegens onjuiste wettelijke grondslag en gebrek aan opzet of grove schuld. Zowel [appellante] als het bestuursorgaan gingen in hoger beroep.
De Raad bevestigde dat de privaatrechtelijke dienstbetrekking aanwezig is, gebaseerd op gezagsverhouding, verplichting tot persoonlijke arbeid en loonbetaling. De Raad oordeelde dat het bestuursorgaan terecht premies heeft nagevorderd. Ten aanzien van de boetenota’s over 1996-1999 vernietigde de Raad het besluit wegens onjuiste wettelijke grondslag, maar handhaafde de boetenota over 2000. De Raad verwierp het verweer van [appellante] dat geen sprake was van opzet of grove schuld en oordeelde dat het bestuursorgaan terecht boetes oplegde.
Uitkomst: De Raad vernietigt de boetenota’s over 1996-1999 wegens onjuiste wettelijke grondslag, handhaaft de boetenota over 2000 en bevestigt de navordering van premies.