ECLI:NL:CRVB:2004:AR7514
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- R.H. de Bock
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding in sociale zekerheidszaak
In deze zaak heeft appellante tegen het besluit van 13 mei 2003 beroep ingesteld bij de rechtbank Amsterdam. De rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 22 januari 2004 niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift van 27 juni 2003 niet binnen de wettelijke termijn was ingediend zoals voorgeschreven in artikel 6:7 jo Pro artikel 6:8 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank heeft tevens overwogen dat er geen reden was om de termijnoverschrijding als verschoonbaar aan te merken op grond van artikel 6:11 Awb Pro. Appellante heeft in hoger beroep geen nieuwe gronden aangevoerd die het oordeel van de rechtbank zouden kunnen weerleggen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft daarom het oordeel van de rechtbank en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Tevens ziet de Raad geen aanleiding om appellante te veroordelen in de proceskosten. Hiermee komt een einde aan de procedure.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.