Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2004:AR7514

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 november 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/1045 WVG
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:11 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding in sociale zekerheidszaak

In deze zaak heeft appellante tegen het besluit van 13 mei 2003 beroep ingesteld bij de rechtbank Amsterdam. De rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 22 januari 2004 niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift van 27 juni 2003 niet binnen de wettelijke termijn was ingediend zoals voorgeschreven in artikel 6:7 jo Pro artikel 6:8 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De rechtbank heeft tevens overwogen dat er geen reden was om de termijnoverschrijding als verschoonbaar aan te merken op grond van artikel 6:11 Awb Pro. Appellante heeft in hoger beroep geen nieuwe gronden aangevoerd die het oordeel van de rechtbank zouden kunnen weerleggen.

De Centrale Raad van Beroep onderschrijft daarom het oordeel van de rechtbank en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Tevens ziet de Raad geen aanleiding om appellante te veroordelen in de proceskosten. Hiermee komt een einde aan de procedure.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

P R O C E S - V E R B A A L
van de mondelinge uitspraak op 24 november 2004
CENTRALE RAAD VAN BEROEP
meervoudige kamer
Zitting heeft: mr. M.I. ‘t Hooft, als voorzitter, en mr. G.M.T. Berkel-Kikkert en mr. R.H.de Bock, als leden
griffier: C.H.T.W. van Rooijen
1e Zaak, reg.nr: 04/ 1045 WVG
Inzake: [appellante], wonende te Amsterdam, appellante, verschenen in persoon,
tegen
het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amsterdam, gedaagde, verschenen bij gemachtigde mr. M. van der Hijden, werkzaam bij gedaagde.
De rechtbank Amsterdam heeft het tegen het bestreden besluit van 13 mei 2003 ingestelde beroep bij uitspraak van 22 januari 2004, reg.nr. 03/3055 WVG, niet-ontvankelijk verklaard.
Het oordeel van de rechtbank komt erop neer dat het beroepschrift van 27 juni 2003 niet binnen de termijn, gesteld in artikel 6:7 jo Pro artikel 6:8 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is ingediend. Van een reden om de termijnoverschrijding ingevolge artikel 6:11 van Pro de Awb verschoonbaar te achten is de rechtbank niet gebleken.
De Raad heeft in hetgeen door appellante in hoger beroep is aangevoerd geen aanknopingspunten gevonden om het oordeel van de rechtbank niet te volgen. De Raad onderschrijft de overwegingen en het oordeel van de rechtbank en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
De Raad beslist daarom als volgt:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Waarvan proces-verbaal.
Utrecht, 24 november 2004
De plv. griffier. De fungerend voorzitter.
C.H.T.W. van Rooijen mr. M.I. ‘t Hooft
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep.