ECLI:NL:CRVB:2004:AR7604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J.H. van Kreveld
- A.Q.C. Tak
- Rechtspraak.nl
Gemeenteambtenaar niet toekenning materiële en immateriële schadevergoeding na arbeidsongeschiktheid
Appellant, een ambtenaar die sinds 1973 bij de gemeente Nunspeet werkzaam was, werd in 1995 ziek en uiteindelijk blijvend arbeidsongeschikt verklaard. Na zijn eervol ontslag in 1998 verzocht hij de gemeente om een aanvulling van zijn WAO-uitkering en een immateriële schadevergoeding wegens vermeend onrechtmatig handelen van zijn werkgever.
De gemeenteraad wees dit verzoek af en ook de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het College van burgemeester en wethouders als werkgever onzorgvuldig en onrechtmatig had gehandeld, onder meer door het niet nemen van preventieve maatregelen na de benoeming van een nieuwe gemeentesecretaris die zijn meerdere werd.
De Raad stelde vast dat het College het bevoegde bestuursorgaan was, waardoor het besluit van de gemeenteraad vernietigbaar was. Desondanks oordeelde de Raad dat er geen sprake was van onrechtmatig handelen, omdat er onvoldoende aanwijzingen waren dat het College problemen had moeten voorzien of voorkomen. Ook de genoemde gedragingen van het College en de gemeentesecretaris werden niet als onrechtmatig beoordeeld.
De Raad handhaafde daarom de inhoudelijke weigering tot schadevergoeding en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee werd het beroep gegrond verklaard wegens onbevoegdheid van het oorspronkelijke besluitorgaan, maar inhoudelijk afgewezen.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit van de gemeenteraad wegens onbevoegdheid, maar handhaaft de inhoudelijke weigering tot toekenning van schadevergoeding.