ECLI:NL:CRVB:2004:AR7650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als inpakster/stekster, vroeg een WAO-uitkering aan wegens vermeende arbeidsongeschiktheid. Na medische en arbeidskundige beoordelingen concludeerde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) dat zij geschikt was voor haar eigen werk met minder dan 15% verlies aan verdiencapaciteit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij medisch zwaarder beperkt was dan aangenomen en dat er onzorgvuldig was gehandeld door het niet inschakelen van een onafhankelijke psychiater. De Raad overwoog dat er geen aanwijzingen waren voor een psychiatrische ziekte die haar werkvermogen zou beperken, mede op basis van verklaringen van behandelend artsen en verzekeringsartsen.
De Raad concludeerde dat appellante terecht geschikt werd geacht voor haar eigen werk en dat het ontbreken van een arbeidsdeskundig onderzoek naar andere functies niet onzorgvuldig was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellante geschikt is voor haar eigen werk en minder dan 15% arbeidsongeschikt is.