ECLI:NL:CRVB:2004:AR7737
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit schuldig nalatig stellen over 1997 wegens vervallen ambtshalve aanslag
Appellant is door de Sociale verzekeringsbank schuldig nalatig gesteld voor het niet betalen van de AOW-premies over de jaren 1995 tot en met 1997. De belastingdienst had ambtshalve aanslagen opgelegd voor deze jaren, waarop de Sociale verzekeringsbank het schuldig nalig stellen baseerde. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en bevestigde het besluit.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij voor 1997 een nieuwe, lagere aanslag had ontvangen na het indienen van een aangifte en dat er gesprekken waren geweest over een regeling met de belastingdienst. De Raad oordeelde dat voor 1995 en 1996 het schuldig nalig stellen terecht was omdat de ambtshalve aanslagen onherroepelijk waren en appellant onvoldoende medewerking had verleend.
Voor 1997 was de situatie anders: de ambtshalve aanslag was vervallen door de nieuwe aanslag na vrijwillige aangifte. Hierdoor verviel de grondslag voor het schuldig nalig stellen over 1997. De Raad vernietigde het besluit over 1997 en bepaalde dat de Sociale verzekeringsbank een nieuwe beslissing moet nemen, waarbij appellant de gelegenheid moet krijgen om omstandigheden aan te voeren die het niet betalen niet aan hem toerekenbaar maken.
De Raad veroordeelde de Sociale verzekeringsbank in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit over 1997 wordt vernietigd en een nieuwe beslissing wordt bevolen; het schuldig nalig stellen over 1995 en 1996 wordt bevestigd.