ECLI:NL:CRVB:2004:AR7888
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over gedifferentieerde WAO-premie en procespositie werkgever
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie voor het jaar 2001, gebaseerd op een WAO-uitkering toegekend aan een werknemer. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep stelt appellante dat de uitvoering van de WAO-premiedifferentiatieregeling willekeurig is en dat haar procespositie als werkgever wordt geschonden.
De Raad overweegt dat de vermeende willekeur had kunnen worden aangevochten in een eerdere bezwaar- en beroepsprocedure tegen het besluit waarbij de WAO-uitkering aan de werknemer werd toegekend. Dit besluit heeft inmiddels formele rechtskracht gekregen, waardoor de beoordeling van die grief niet meer mogelijk is. Verder is geoordeeld dat appellante alle stukken heeft ontvangen die ten grondslag liggen aan de vastgestelde premie, zodat haar procespositie niet is geschaad.
De Raad ziet geen aanleiding om af te wijken van de eerdere uitspraak en bevestigt deze. De grieven van appellante worden verworpen, en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. De uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stam in aanwezigheid van griffier mr. A. Kovács.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.