ECLI:NL:CRVB:2004:AR7890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugverwijzing wegens niet toezenden medische stukken in WAO-uitkeringszaak
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Utrecht inzake de toekenning van een WAO-uitkering aan een ex-werknemer en de vaststelling van de gedifferentieerde premie voor het premiejaar 2001. De rechtbank had de beroepen ongegrond verklaard.
De gemachtigde van appellante stelde dat de rechtbank ten onrechte had nagelaten de medische stukken aan hem toe te zenden, wat in strijd is met artikel 8:32, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat dit verweer slaagt en verwees naar een eerdere uitspraak waarin dit standpunt werd bevestigd.
Daarom vernietigt de Raad de aangevallen uitspraken en wijst de zaken terug naar de rechtbank Utrecht voor verdere behandeling. Tevens veroordeelt de Raad het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) voorwaardelijk tot vergoeding van de proceskosten van appellante in hoger beroep, begroot op € 483,-, en bepaalt dat het griffierecht van € 696,- door het Uwv wordt vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraken en wijst de zaak terug naar de rechtbank wegens het niet toezenden van medische stukken aan de gemachtigde.