ECLI:NL:CRVB:2004:AR7897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om een WAO-uitkering, welke door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) werd geweigerd op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% per 26 februari 2001. Na bezwaar en vernietiging van het eerste besluit door de rechtbank, nam het Uwv een nieuw besluit dat eveneens de uitkering weigerde.
De Centrale Raad van Beroep heeft in hoger beroep het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts bevestigd, die psychische beperkingen vaststelde maar deze niet zodanig achtte dat de belastbaarheid van appellante significant werd verminderd. De functies die appellante nog kon verrichten, bleken passend en resulteerden in een verlies aan verdiencapaciteit van slechts 4,3%.
De medische informatie van appellante, waaronder analyses van internisten, bood geen aanleiding om het oordeel over haar lichamelijke en psychische beperkingen te herzien. De Raad verklaarde het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond en bevestigde daarmee de weigering van de WAO-uitkering.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.