ECLI:NL:CRVB:2004:AR7900
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Engelhart
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing duurbeperking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische gronden
Appellante ontving een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit besluit en stelde vast dat er geen nieuwe objectieve medische gegevens waren die aanleiding gaven tot een duurbeperking van de uitkering.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de medische grondslag van het besluit onjuist was. De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts adequaat had geoordeeld dat er geen medische reden was voor een duurbeperking, ondanks een rapport van een neuroloog/psychiater die een tijdelijke duurbeperking voorstelde. De Raad vond dat de beperkingen van appellante voldoende waren geobjectiveerd en dat zij de voorgestelde functies kon verrichten.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarbij werd overwogen dat het rapport van de verzekeringsarts een juiste weergave gaf van de medische situatie van appellante. Er was geen grond voor toepassing van een duurbeperking, mede gelet op de omvang van de maatgevende arbeid en de kwetsbaarheid van appellante.
De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de griffier en uitgesproken in het openbaar op 30 november 2004.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat geen duurbeperking op de WAO-uitkering van appellante wordt toegepast wegens het ontbreken van nieuwe objectieve medische gegevens.