ECLI:NL:CRVB:2004:AR8172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling gedifferentieerde WAO-premie 2001 ondanks bezwaren werkgever
Appellante betwistte de vaststelling van de gedifferentieerde premie WAO voor het jaar 2001, waarbij onder meer een aan een voormalige werknemer betaalde WAO-uitkering werd meegenomen. Zij stelde dat de uitvoering van de WAO en de premiedifferentiatieregeling willekeurig was, met schending van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid, en dat haar procespositie als werkgever werd benadeeld.
De rechtbank Almelo had het beroep van appellante reeds ongegrond verklaard. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de werkgever voldoende mogelijkheden heeft om bezwaar en beroep in te stellen tegen het WAO-toekenningsbesluit aan de werknemer, waardoor de procespositie niet onrechtmatig wordt beperkt.
De Raad wijst verder op het ontbreken van een geslaagd beroep op het gelijkheidsbeginsel, aangezien appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij anders wordt behandeld dan andere premieplichtigen. Ook is het niet aan de rechter om de billijkheid van de wet te toetsen. De aangevallen uitspraak wordt dan ook bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie 2001 en wijst het beroep van appellante af.