ECLI:NL:CRVB:2004:AR8195
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens onderschatting medische beperkingen
Appellant ontving een WAO-uitkering vanaf 4 mei 2000, aanvankelijk vastgesteld op 45-55% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar werd dit bij besluit van 31 januari 2002 herzien naar 65-80%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat zijn psychische en lichamelijke klachten onvoldoende waren meegewogen en dat de geselecteerde functies ongeschikt waren.
De Raad stelde vast dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd en dat appellant geen aanvullende medische onderbouwing had geleverd. De geselecteerde functies (kunststofbewerker, inpakker machinaal en inpakker van geneesmiddelen) waren passend geacht, rekening houdend met beperkingen zoals een dwingend werktempo. De Raad bevestigde dat het verlies aan verdiencapaciteit op 72,42% werd geschat.
De Raad corrigeerde dat de rechtbank abusievelijk uitging van een eerdere arbeidsmogelijkhedenlijst, terwijl de bezwaararbeidsdeskundige een actuele lijst gebruikte. De Raad vond geen aanleiding om de geschiktheid van de functies of de mate van arbeidsongeschiktheid te betwijfelen en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering tot 65-80% arbeidsongeschiktheid per 4 mei 2000 wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.