ECLI:NL:CRVB:2004:AR8315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid prematuur bezwaar tegen besluit ziektewetuitkering na bevalling
Appellante was wegens zwangerschapsklachten ziekgemeld en ontving een bevallingsuitkering tot 16 september 2001. Op 8 november 2001 besloot het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) geen ziektewetuitkering te verstrekken omdat zij niet arbeidsongeschikt werd geacht. Appellante diende bezwaar in, dat door de rechtbank Rotterdam niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het bezwaar te vroeg was ingediend.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De brief van de verzekeringsarts van 28 september 2001 bevatte een stellige mededeling dat het recht op uitkering werd beëindigd, waardoor appellante redelijkerwijs mocht aannemen dat het besluit al genomen was. De formele beschikking was slechts een bevestiging van de materiële beslissing van de arts.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het bezwaar ontvankelijk en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling. Tevens wordt het betaalde recht van € 87,- aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot beëindiging van de ziektewetuitkering is ontvankelijk verklaard en de zaak is terugverwezen naar de rechtbank.