ECLI:NL:CRVB:2004:AR8470
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering en herziening WAZ-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid zelfstandige
Appellant, een zelfstandig hovenier/boomkweker, vroeg een WAZ-uitkering aan na gedeeltelijke uitval door knie- en rugklachten. Gedaagde weigerde aanvankelijk de uitkering wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar werd de uitkering vastgesteld op 35-45% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de medische en arbeidskundige grondslagen.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rugklachten eerder waren ontstaan en dat het fiscaal winstbegrip onjuist was toegepast. De Raad oordeelde dat de medische rapporten geen aanleiding geven het eerdere oordeel te herzien en dat de fiscale winstbepaling volgens vaste jurisprudentie correct is toegepast.
Daarnaast werd een herziening van de uitkering wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid na een hernia behandeld. De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat de rugklachten niet voortkomen uit dezelfde oorzaak als de eerdere knieklachten, waardoor de wachttijd van 52 weken van toepassing bleef.
De Raad bevestigt beide uitspraken en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraken en wijst het hoger beroep van appellant af.