ECLI:NL:CRVB:2004:AR8481
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en zorgvuldigheid medisch onderzoek
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het besluit tot herziening van een WAO-uitkering van een gedaagde niet in stand hield. De rechtbank had geoordeeld dat het besluit niet zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd, omdat de beperkingen van de gedaagde volgens een eerdere verzekeringsarts groter waren dan volgens de bezwaarverzekeringsarts.
In hoger beroep stelt het UWV dat de bezwaarverzekeringsarts een volledig lichamelijk onderzoek heeft verricht en daarbij ook de bevindingen van een door de gedaagde ingeschakelde orthopedisch chirurg heeft betrokken. De bezwaararbeidsdeskundige heeft vervolgens de belastbaarheid en de geselecteerde functies opnieuw beoordeeld, wat leidde tot een wijziging van de mate van arbeidsongeschiktheid.
De Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte geen rekening heeft gehouden met het feit dat het bezwaaronderzoek een nieuw en uitvoerig medisch onderzoek betrof dat niet gebonden was aan eerdere beoordelingen. De Raad stelt vast dat het onderzoek en de motivering van het UWV voldoende zorgvuldig en onderbouwd zijn, en verklaart het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering blijft in stand.