ECLI:NL:CRVB:2004:AR8501
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. Na bezwaar en beroep handhaafde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad bevestigde de rechtbankuitspraak voor het eerste bestreden besluit, waarbij de medische beoordeling en arbeidsmogelijkheden adequaat waren gemotiveerd. Voor het tweede bestreden besluit stelde de Raad echter vast dat de gebruikte schattingsmethodiek (CBBS) onvoldoende transparant en toetsbaar was. Tevens waren functies gebruikt die na de datum van het besluit waren geactualiseerd, wat niet toelaatbaar is.
De arbeidsdeskundige had nagelaten te motiveren waarom appellant ondanks beperkingen toch geschikt zou zijn voor de geselecteerde functies. Hierdoor ontbrak een toereikende onderbouwing. De Raad vernietigde het tweede besluit en het bijbehorende vonnis, en beval het Uwv een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens werden proceskosten aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het tweede bestreden besluit tot voortzetting van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het Uwv wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.