ECLI:NL:CRVB:2004:AR8522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 43a WAO bij toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na intrekking uitkering
Appellante, die sinds 1988 arbeidsongeschikt was en meerdere WAO-uitkeringen ontving, kreeg haar uitkering in 1992 ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. In 1997 stelde zij een verzoek in voor een nieuwe WAO-uitkering vanwege toegenomen klachten. Het UWV kende haar een WAO-conforme uitkering toe, maar betaalde deze niet uit op grond van artikel 44 WAO Pro, omdat zij nog inkomsten uit arbeid had. De rechtbank vernietigde het besluit van 1999 waarin het bezwaar van appellante werd afgewezen, vanwege een onzorgvuldige voorbereiding en beperkte beoordeling van haar aanspraken.
In hoger beroep richtte appellante zich met name op de toepassing van artikel 43a WAO, dat voorziet in toekenning van een uitkering bij toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na intrekking van een eerdere uitkering. De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de vijfjaarstermijn met een dag was overschreden. Appellante was binnen die termijn toegenomen arbeidsongeschikt geworden, waardoor artikel 43a van toepassing is.
De Raad stelde vast dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen waarbij rekening wordt gehouden met de dubbele toepassing van artikel 43a WAO en artikel 44 WAO Pro in verband met haar inkomsten uit arbeid. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante in hoger beroep. Het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover de rechtsgevolgen in stand zijn gelaten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit op bezwaar nemen met inachtneming van de uitspraak over artikel 43a WAO.