ECLI:NL:CRVB:2004:AR8531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op 15 tot 25%, in plaats van de eerdere 80 tot 100%. De Raad beoordeelde de medische rapportages van de verzekeringsartsen en de bezwaararbeidsdeskundige, evenals aanvullende medische informatie van de huisarts en psycholoog.
De Raad concludeerde dat de beperkingen van appellant, waaronder een dysthyme stoornis en fysieke klachten, voldoende waren meegenomen in het belastbaarheidspatroon. De psychische klachten waren niet van dien aard dat volledige arbeidsongeschiktheid kon worden aangenomen. Ook de fysieke klachten, zoals schouder- en knieproblemen, werden adequaat beoordeeld.
Gezien deze bevindingen achtte de Raad het aannemelijk dat appellant de werkzaamheden behorende bij de geselecteerde functies kon verrichten. De rechtbank had dit oordeel eerder bevestigd, en de Raad vond geen aanleiding om daarvan af te wijken. Het bestreden besluit werd daarom bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.