ECLI:NL:CRVB:2004:AR8536
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- M.C.M. van Laar
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Voorschot WW-uitkering terecht op nihil gesteld wegens ontbreken werknemerstatus
Gedaagde had een WW-uitkering aangevraagd na beëindiging van zijn werkzaamheden als directeur bij een bedrijf dat wegens financiële problemen werd opgeheven. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde het voorschot op de uitkering op nihil omdat onduidelijk was of gedaagde als werknemer kon worden beschouwd.
De voorzieningenrechter had het bezwaar tegen dit besluit gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de Centrale Raad van Beroep herzag dit oordeel. De Raad concludeerde dat gedaagde, ondanks het bestaan van een arbeidsovereenkomst, feitelijk niet onder het gezag van de eigenaar stond en meer als zelfstandige functioneerde.
De Raad nam mee dat gedaagde verantwoordelijk was voor de binnendienst en zelfstandig samenwerkingen aanging, terwijl de eigenaar wegens arbeidsongeschiktheid en depressieve klachten niet in staat was werkgeversgezag uit te oefenen. Hierdoor kon niet worden aangenomen dat er sprake was van een werknemer in de zin van de WW.
De Raad vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee het nihil stellen van het voorschot op de WW-uitkering werd bevestigd.
Uitkomst: Het voorschot op de WW-uitkering is terecht op nihil gesteld omdat gedaagde niet als werknemer kan worden beschouwd.