Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2004:AR8537

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 december 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/2935 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • J. Janssen
  • D.J. van der Vos
  • H.J. Simon
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in AOW-zaak ongegrond verklaard

Opposant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een AOW-zaak. De Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het niet tijdig was ingediend en er geen gegronde redenen waren voor het verzuim. Tegen deze beslissing kwam opposant in verzet.

Tijdens de zitting op 5 november 2004 verschenen partijen niet. De Raad overwoog dat opposant in het verzet geen nieuwe gronden had aangevoerd die aanleiding konden geven om anders te oordelen dan in de eerdere uitspraak. Er waren geen omstandigheden aanwezig om af te wijken van de niet-ontvankelijkverklaring.

Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond en handhaafde de eerdere uitspraak van 9 januari 2004. Hiermee blijft de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep definitief in stand.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

03/2935 AOW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats], Marokko, opposant,
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Opposant heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Amsterdam op 22 april 2003 (reg. nr. AWB 02/4508 AOW) tussen partijen gegeven uitspraak.
Bij uitspraak van 9 januari 2004 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep niet tijdig bij de Raad is ingediend en niet is gebleken van redenen op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat opposant in verzuim is geweest.
Opposant is van die uitspraak in verzet gekomen.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad op 5 november 2004, waar partijen niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
De Raad ziet zich naar aanleiding van het door opposant ingestelde verzet voor de vraag gesteld of de door de Raad bij zijn uitspraak van 9 januari 2004 uitgesproken niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep terecht is geschied.
De Raad overweegt het volgende.
Door opposant is in verzet niets aangevoerd dat aanleiding zou kunnen vormen om hierover thans in andere zin te oordelen.
Gezien het vorenstaande dient het verzet met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Awb ongegrond te worden verklaard. Gelet op artikel 8:55, zesde lid, van de Awb blijft de uitspraak van de Raad van
9 januari 2004 derhalve in stand.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter en mr. D.J. van der Vos en mr. H.J. Simon als leden, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier en uitgesproken in het openbaar op 17 december 2004.
(get.) J. Janssen.
(get.) M.H.A. Uri.
MH
III. DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
Déclare le recours non fondé.
Par conséquent, décidée par M. le maître J. Janssen en qualité de président, M. le maître D.J. van der Vos et M. le maître H.J. Simon comme membres, en présence de M.H.A. Uri en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 17 décembre 2004.