ECLI:NL:CRVB:2004:AR8543
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WAO-uitkering wegens niet gemelde inkomsten uit drugshandel
Appellant ontving een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Uit een rapport van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) bleek dat appellant van 1993 tot 1999 inkomsten had uit de handel in soft drugs, die niet waren gemeld. Op basis hiervan werd de WAO-uitkering met terugwerkende kracht verlaagd alsof appellant slechts 45-55% arbeidsongeschikt was, en werd de onverschuldigde uitkering teruggevorderd.
Appellant voerde aan dat hij pas in 1997 met drugshandel was begonnen en betwistte de schatting van zijn inkomsten. Hij kon door slechte gezondheid geen bewijsstukken overleggen. De Raad stelde vast dat appellant tijdens het politieverhoor had verklaard vanaf 1992 inkomsten uit drugshandel te hebben genoten en dat hij deze activiteiten niet als werk beschouwde, waardoor hij ze niet had gemeld.
De Raad oordeelde dat de schatting van de inkomsten op basis van politie-ervaringscijfers terecht was en dat appellant gehouden moest worden aan zijn eerdere verklaringen. De Raad verwierp de bezwaren van appellant en bevestigde het besluit van het Uwv tot korting en terugvordering van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De korting op de WAO-uitkering en de terugvordering van onverschuldigde betalingen worden bevestigd.