ECLI:NL:CRVB:2004:AR8553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eervol ontslag op grond van CAO Academische Ziekenhuizen na mislukte herplaatsingspogingen
Appellant trad in 1981 in dienst bij het Academisch Ziekenhuis en werkte vanaf 1993 als medewerker patiëntentelefoon. Na een voorgenomen wijziging van werkzaamheden gaf appellant aan deze niet te accepteren en verzocht om een andere functie. Diverse herplaatsingspogingen, waaronder tijdelijke functies via een arbeidspool en een functie als afdelingshulp radiologie, liepen stuk omdat appellant deze functies weigerde of voortijdig beëindigde.
In 2001 verleende de werkgever appellant eervol ontslag op grond van artikel 12.12 van de CAO Academische Ziekenhuizen, dat ontslag op andere gronden dan genoemd in artikel 12.11 mogelijk maakt. Appellant betwistte het ontslag en vorderde tevens een vergoeding bovenop de toegekende WW- en RBWAZ-uitkeringen, stellende dat het ontslag vooral aan de werkgever te wijten was en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden.
De Raad oordeelde dat de werkgever voldoende pogingen had gedaan tot herplaatsing en dat voortzetting van het dienstverband niet redelijk was. De weigering van appellant om aangeboden functies te accepteren en zijn reputatie binnen de organisatie speelden hierbij een rol. Een extra vergoeding boven de uitkeringen was niet gerechtvaardigd en het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de aangehaalde vergelijkbare zaak wezenlijk verschilde.
De Raad wees het beroep af en bevestigde het eerdere vonnis van de rechtbank Amsterdam, waarmee het eervol ontslag rechtsgeldig werd verklaard zonder toekenning van extra vergoeding.
Uitkomst: Het eervol ontslag van appellant wordt bevestigd zonder toekenning van een extra vergoeding boven de WW- en RBWAZ-uitkeringen.