ECLI:NL:CRVB:2004:AR8571
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- M.C.M. van Laar
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking bij transportonderneming
Appellante, een transportonderneming, voerde hoger beroep aan tegen een uitspraak van de rechtbank die oordeelde dat een werknemer in een privaatrechtelijke dienstbetrekking stond tot appellante. De Raad stelde vast dat de werknemer verplicht was zijn werkzaamheden persoonlijk te verrichten, onder gezag van appellante stond en een vaste financiële vergoeding ontving. Ondanks dat de werknemer een eigen wagen had, beschikte hij niet over een eigen vervoersvergunning, waardoor hij afhankelijk was van de vergunning van appellante.
Appellante stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat de werknemer zelfstandig ondernemer was, maar de Raad verwierp deze grieven. De Raad benadrukte het belang van de gezagsverhouding en de vergunningplicht als indicaties voor het aannemen van een dienstbetrekking. Ook de boetenota’s en registratie van de boete werden door de Raad bevestigd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad vond geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Hiermee blijft de kwalificatie van de arbeidsrelatie als privaatrechtelijke dienstbetrekking ongewijzigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de privaatrechtelijke dienstbetrekking wordt bevestigd.