ECLI:NL:CRVB:2004:AR8575
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- M.C.M. van Laar
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Gezagsverhouding en verplichte werknemersverzekering bij transportonderneming
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht die het standpunt van het Uwv inzake een arbeidsverhouding tussen gedaagde en een chauffeur verwierp.
Gedaagde exploiteert een transport- en expeditiebedrijf en maakte gebruik van externe chauffeurs met eigen auto’s. Het Uwv stelde dat een van deze chauffeurs, die niet beschikte over een geldige vervoersvergunning, in een privaatrechtelijke dienstbetrekking stond tot gedaagde en legde correctienota’s en boetenota’s op.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van het Uwv. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de vervoerswerkzaamheden een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering van gedaagde vormen en dat er een gezagsverhouding bestond. Dit blijkt uit de verplichting van chauffeurs om zich dagelijks te melden en de aanwijzingen die gedaagde kon geven. Het ontbreken van een geldige vervoersvergunning voor de chauffeur versterkt dit oordeel.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van het Uwv ongegrond, waarmee wordt bevestigd dat sprake is van een arbeidsverhouding met verplichte verzekering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat tussen de transportonderneming en de chauffeur een gezagsverhouding en daarmee een arbeidsverhouding met verplichte sociale verzekering bestond.