Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2004:AR8659

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 december 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/1171 WUV + 04/1172 WUV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • C.G. Kasdorp
  • G.L.M.J. Stevens
  • H.R. Geerling-Brouwer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkheid beroepschrift wegens te late indiening

Opposante had beroep ingesteld tegen besluiten van de Pensioen- en Uitkeringsraad, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig was ingediend. Hiertegen deed opposante verzet, stellende dat haar ziekte en slechtziendheid haar belemmerden bij het tijdig indienen.

De Raad behandelde het verzet en oordeelde dat de door opposante aangevoerde omstandigheden geen reden vormen om het verzet gegrond te verklaren. Opposante kon met hulpmiddelen lezen en had kennis kunnen nemen van het besluit en de beroepsclausule zonder hulp. Het was haar verantwoordelijkheid maatregelen te treffen, zoals het inschakelen van een zaakwaarnemer, om tijdige indiening te waarborgen.

De Raad concludeerde dat het verzet ongegrond is en wees een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en leden van de Raad in aanwezigheid van de griffier op 23 december 2004.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroepschrift wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

04/1171 WUV
04/1172 WUV
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 17 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gedingen tussen:
[opposante], wonende te [woonplaats], opposante,
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN DE GEDINGEN
De Raad heeft bij uitspraak van 1 juli 2004 het door opposante ingestelde beroep tegen de ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluiten d.d. 24 december 2003 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.
Tegen die uitspraak heeft opposante verzet gedaan bij brief van 16 juli 2004. Het verzetschrift is op 20 juli 2004 ter griffie van de Raad ontvangen.
Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad van 11 november 2004, waar opposante in persoon is verschenen. Geopposeerde heeft zich ter zitting doen vertegenwoordigen door mr. C. Vooijs, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
De Raad stelt vast dat in verzet en ter zitting geen gronden naar voren zijn gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden.
Hiertoe heeft de Raad overwogen dat hetgeen door opposante in verzet wordt aangevoerd, te weten dat opposante ziek was en slechtziend is waardoor zij afhankelijk is van anderen voor handelingen als schrijven, niet kan worden aangemerkt als omstandigheid op grond waarvan redelijkerwijs zou moeten worden geoordeeld dat opposante niet in verzuim is geweest.
De Raad stelt vast dat opposante, naar zij ter zitting heeft verklaard, wel in staat is tot lezen, zij het met hulpmiddelen en dat zij derhalve kennis heeft kunnen nemen van het bestreden besluit en de daarbij behorende beroepsclausule zonder hulp van anderen.
De Raad is van oordeel dat het op de weg van opposante had gelegen om maatregelen te nemen, bijvoorbeeld het (tijdelijk) inschakelen van een zaakwaarnemer, om tijdige indiening van het beroepschrift - desnoods met vermelding van summiere, later aan te vullen gronden - te verzekeren.
Uit het vorenstaande volgt dat het door opposante gedane verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Met toepassing van artikel 8:55 van Pro de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb inzake een vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter en mr. G.L.M.J. Stevens en mr. H.R. Geerling-Brouwer als leden, in tegenwoordigheid van A. de Gooijer als griffier en uitgesproken in het openbaar op 23 december 2004.
(get.) C.G. Kasdorp.
(get.) A. de Gooijer.
HD
7.12