ECLI:NL:CRVB:2004:AR8713
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van een WAO-uitkering, omdat zij volgens het bestreden besluit voor minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en motiveerde uitvoerig dat de belastbaarheid van appellante correct was vastgesteld en dat de voor haar geselecteerde functies geschikt waren.
In hoger beroep heeft appellante voornamelijk de argumenten herhaald die zij ook in eerste aanleg had aangedragen. De Centrale Raad van Beroep vond geen reden om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De medische verklaringen van de huisarts en gastro-enteroloog betroffen vooral de door appellante zelf ervaren psychische klachten, zonder dat deze aanleiding gaven tot een andere beoordeling van haar belastbaarheid.
De verzekeringsarts en de adviserend verzekeringsarts hadden voldoende onderbouwd waarom er geen beperkingen waren vastgesteld die de arbeidsongeschiktheid zouden verhogen. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit terecht in stand is gelaten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.