ECLI:NL:CRVB:2004:AR8768
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens verduistering en gokverslaving van militair niet onredelijk
Appellant, een korporaal bij de Koninklijke Marine, werd ontslagen wegens verduistering van ruim 52.000 gulden. Hij kampte met een gokverslaving en was in 1998 strafrechtelijk veroordeeld voor deze verduistering. Ondanks zijn verslaving en een hersenbloeding in 1999, die tot arbeidsongeschiktheid leidde, handhaafde de Staatssecretaris van Defensie het ontslagbesluit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de gokverslaving geen verontschuldigende factor vormt voor het gepleegde wangedrag, tenzij sprake is van een psychisch defect dat de wil van appellant volledig zou hebben aangetast, hetgeen niet aannemelijk was gemaakt. De Raad vond dat appellant onvoldoende had gedaan om zijn verslaving te behandelen.
Verder was het niet onredelijk dat appellant na eerdere verduistering in 1994 opnieuw kasbeheerfuncties kreeg, aangezien hij nagelaten had zijn problemen te melden en de werkgever hem een herkansing bood. De Raad concludeerde dat het ontslagbesluit rechtmatig en redelijk was en bevestigde het eerdere vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het ontslag van de militair wegens verduistering ondanks zijn gokverslaving en latere arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd als rechtmatig en redelijk.