ECLI:NL:CRVB:2004:AR8874
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkering na beoordeling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid functies
Appellante is sinds 28 augustus 2000 arbeidsongeschikt wegens psychische klachten en heeft een WAO-uitkering van 55-65% ontvangen per 27 augustus 2001. De verzekeringsarts stelde een belastbaarheidspatroon op en selecteerde geschikte functies met een verlies aan verdiencapaciteit van 57%. Appellante voerde in bezwaar en beroep aan dat haar rug-, knieklachten, allergie en migraine onvoldoende waren meegewogen en dat zij volledig arbeidsongeschikt was.
De rechtbank en de Raad oordeelden dat de medische rapportages volledig en juist waren en dat de beperkingen adequaat waren ingeschat. De klachten van knie en rug werden pas in de beroepsfase gemeld en migraine was onvoldoende onderbouwd met medische gegevens. De allergie was wel meegenomen in de beoordeling. De Raad concludeerde dat de toekenning van de WAO-uitkering op juiste gronden was gebaseerd en dat het hoger beroep ongegrond is.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd vanwege het ontbreken van wettelijke bepalingen daarvoor. De zitting vond plaats op 12 november 2004, waarbij appellante niet aanwezig was, en het arrest werd uitgesproken op 24 december 2004.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van een WAO-uitkering van 55-65% wordt bevestigd.